Een goede start op de werkvloer met werkbegeleiders eigen taal
Een chauffeur die tijdens de lunch in zijn auto blijft zitten. Hij denkt dat hij niet in dezelfde ruimte mag eten als zijn collega’s en leidinggevende. Het is een misverstand, maar zolang niemand dat weet, blijft hij alleen lunchen.
Een werkbegeleider eigen taal hielp hem begrijpen hoe het er binnen het bedrijf aan toegaat. Inmiddels schuift hij aan, voelt hij zich vrijer binnen het bedrijf en ervaren zijn collega’s hem als een actief lid van het team.
Juist zulke situaties laten zien wat begeleiding kan betekenen. Wat voor de één vanzelfsprekend is, kan voor een ander vragen oproepen die niet zo gemakkelijk worden uitgesproken.
Een zachte landing voor werknemer en werkgever 
In Regio Zwolle ondersteunen werkbegeleiders eigen taal al enige tijd werkgevers en statushouders bij een goede start op de werkvloer. Gemeenten signaleerden dat werkgevers behoefte hadden aan ondersteuning. Zij staan open voor nieuwkomers, maar vinden het prettig om iemand te kunnen inschakelen wanneer taal- of cultuurverschillen de samenwerking in het begin wat lastiger maken.
De werkbegeleiders helpen die verschillen te overbruggen. Zij ondersteunen de communicatie, maken verwachtingen bespreekbaar en helpen werkgever en werknemer elkaar te begrijpen. Tijdens de inwerkperiode kunnen zij maximaal drie maanden bij een werkgever in Regio Zwolle worden ingezet.
Vanuit mijn betrokkenheid bij de opzet en coördinatie zie ik hoe verschillend die inzet kan zijn. Soms zijn twee gesprekken voldoende. Soms loopt een begeleider in de eerste weken een aantal uren mee en overlegt regelmatig met de medewerker en de leidinggevende. Steeds kijken we naar wat er in die specifieke situatie nodig is.
Dezelfde taal spreken en elkaar toch niet begrijpen
Zo begeleidden we een nieuwkomer uit een Afrikaans land waar Frans de tweede taal is. Nu spreken ook veel Nederlanders een woordje Frans, maar verschillen in taalbeheersing en vooral het accent kunnen het lastig maken om elkaar goed te begrijpen. In dit geval bleef er ondanks herhaalde gesprekken onduidelijkheid bestaan.
We schakelden een werkbegeleider in uit een buurland van het land van herkomst van de medewerker. Hij sprak dezelfde variant van het Frans en kende de culturele context. Na twee gesprekken waren de misverstanden opgelost.
Ook de persoonlijke match kan veel uitmaken. Een jonge Eritrese medewerker koppelden we bewust aan een oudere werkbegeleider. De verwachting was dat deze begeleider goed bij hem zou aansluiten en hem kon helpen begrijpen wat op de werkvloer gebruikelijk was. Na meerdere gesprekken en bezoeken aan de werkplek kon de jongeman zelfstandig verder.
De diversiteit in deze voorbeelden is precies waar het om draait. Ieder mens brengt andere ervaringen mee en heeft andere ondersteuning nodig.
Ondersteuning kan al voor de eerste werkdag beginnen
Een ander voorbeeld is een Syrische man die nog maar kort in Nederland was. Zijn Nederlands was beperkt, maar zijn motivatie om te werken was groot. De gemeente vroeg of een werkbegeleider hem ook mocht helpen bij de voorbereiding op een sollicitatiegesprek en eventueel mee mocht gaan.
Die ondersteuning kwam er. Het gesprek verliep goed en de werkgever was aangenaam verrast. Uiteindelijk kreeg een andere kandidaat de baan, omdat diens werkervaring beter aansloot op de functie.
Dat is ook een uitkomst die bij solliciteren hoort. De begeleiding hielp deze kandidaat om het gesprek aan te gaan; de werkgever kon vervolgens een keuze maken op basis van de aansluiting bij het werk.
Ook werkbegeleiders hebben elkaar nodig
Afgelopen 4 september kwamen de werkbegeleiders uit de pool bijeen bij Stal Herfte in Zwolle. Deze dag stond in het teken van ontmoeting en teambuilding, met een gezamenlijke lunch.
Zulke ontmoetingen zijn ontzettend waardevol. Wie op verschillende werkplekken begeleiding biedt, komt uiteenlopende vragen en situaties tegen. Door elkaar te spreken, kan iedereen ervaringen delen en konden we ook samen bekijken hoe we de ondersteuning kunnen laten aansluiten op de praktijk.
Tijdens deze bijeenkomst spraken we af om de inzet voortaan in twee onderdelen te verdelen: begeleiding op de werkvloer en eenmalige, gerichte ondersteuning. Bij dat laatste gaat het bijvoorbeeld om een sollicitatiegesprek, een banenmarkt of een netwerkbijeenkomst.
Daarmee maken we meer ruimte voor hulp op het moment dat die nodig is. De ene vraag vraagt om begeleiding gedurende enkele weken, de andere om iemand die bij één belangrijk gesprek kan ondersteunen.
Kleine vragen tijdig bespreken
In de eerste weken van een nieuwe baan komt veel samen. Je leert het werk kennen, ontmoet collega’s en ontdekt hoe het binnen een organisatie gaat. Als er dan ook taal- of cultuurverschillen zijn, helpt het wanneer iemand kan meedenken en uitleggen.
Een werkbegeleider kan vragen vroeg boven tafel krijgen en onduidelijkheden helpen oplossen. Dat geeft zowel de medewerker als de werkgever meer vertrouwen om samen verder te gaan. Met als doel een werkrelatie die ook na de inwerkperiode standhoudt. Want dat is voor alle betrokkenen het uiteindelijke doel.
Wilt u als werkgever of gemeente weten wat een werkbegeleider eigen taal kan betekenen? Je kunt altijd contact met mij opnemen of rechtstreeks via een van de collega’s van het Werkcentrum Regio Zwolle.
Hartelijke groet,
Marjolein
